U bent hier: Welkom › Setpoint

Setpoint

Setpoint: Wedstrijdangst - het vervolg
   (21-04-2015)

Zijn tennisschoenen altijd zo zwaar? Die van mij wegen dieplood terwijl ik mezelf uit de auto en richting het clubgebouw sleep. Vrolijk vriendinnetje komt me al tegemoet. Zij heeft er wél zin in. Ik beken eerlijk dat ik bijna niet gekomen was, ’t is dat zij me zo dierbaar is want anders… Ze haast zich me gerust te stellen en daar is ze nog mee bezig als we ‘onze tegenstanders’ bij de bar ontmoeten. Tja, ‘tegenstanders’…twee vriendelijke dames begroeten me, ook bij hen geen spoortje angst. Mijn handen zijn zó nat dat ik bang ben dat ik mijn racket niet zal kunnen vasthouden.

Ook zij worden op de hoogte gebracht van hun ietwat onwillige ‘tegenstander’ en doen er vervolgens alles aan om me op mijn gemak te stellen. Hoewel ik dat lief vind voel ik me nu toch echt net een kleuter die overgehaald moet worden om voor het eerst het zwembad in te springen. ‘Toe maar, je kunt het, het is echt niet eng.’ Wat nou ‘niet eng’?! Het tennisveld lijkt twee keer zo groot, ik weet niet waar ik moet gaan staan, mijn bril zit te los op mijn neus, ik weet niet hoe ‘inspelen’ gaat, ik ben de telling al kwijt voordat we begonnen zijn, ik overweeg om onderhands te gaan serveren! (Note to self; extra service-lesje bij Rogier boeken. ) 

En dan ‘voor het echie’: Lief vriendinnetje begint met serveren, kan ik de kunst mooi nog even afkijken. Ze wijst me steeds waar ik moet gaan staan, de overkant accepteert dat gemoedelijk. Langzamerhand herinner ik me weer waar een racket ook alweer voor is. Nog steeds is mijn enige criterium dat de bal naar de overkant moet. Hoe en waar die landt zal me een zorg zijn. Wanneer ik complimenten krijg over een mooi geplaatste bal zucht ik verontschuldigend; ‘dat ging per ongeluk.’ Maakt niks uit volgens de dames, als het resultaat er maar naar is.

Welja! Nu spring ik al zomaar voor een bal aan het net! Voor vriendinnetje ook wel fijn, hoeft ze het niet helemaal alleen te doen. Af en toe lijkt het alsof ik zowaar een beetje kan tennissen en de opluchting is groot als blijkt dat ik niet de enige ben die dat net soms nèt even te hoog vindt. De games vliegen ons om de oren. Soms eentje voor hen, soms eentje voor ons, de tel ben ik nog steeds behoorlijk kwijt maar we eindigen na een uur gelijk.

Opgelucht loop ik met de dames terug naar de bar, toch goed dat ik me liet overhalen, ik voel me eigenlijk best okay. Lief vriendinnetje is helemaal enthousiast maar vindt wel dat ik er best wat meer bij kan gaan lachen. Goed, opdracht voor de volgende keer…wedstrijdangst weglachen.

(Terug naar boven)


Setpoint: Van inspelen naar beter spelen en winnen
   (21-04-2015)

Het is jaren geleden. Een zaterdagmiddag met heel mooi weer. Sander Groen ooit 1 van de beste Nederlandse spelers geweest, vraagt mij om hem in te spelen voor de halve finale van het nationale ranglijst toernooi. Als je hem ziet kan je niet geloven dat de best man überhaupt een bal kan slaan. Na zijn eerste wedstrijden was duidelijk dat hij niet alleen redelijk kon tennissen. Hij won zijn wedstrijden met het grootste gemak. Linkshandig met ongelofelijk veel gevoel. Backhand; het leek meer op duwen dan slaan. Maar de bal belande met grote precisie waar hij hem wilde hebben. Of eigenlijk wat later bleek; vooral waar de tegenstander de bal niet wilde hebben.

We starten rustig met een half uur wat rally's. Beiden alle slagen doornemen. Wat punten spelen zonder service. Gevolgd door tiebreak tot de 10 punten. Hij rustig aan aftastend spelend ik zwoegend voor elk punt. Bam 10-8 voor mij. Maar zo eigenwijs als hij is krijg je een hand met links. Even je racket overpakken sta ik gewoon met links een hand te geven. Even de banen slepen. Sander wil je wat drinken. Ik meen te herinneren doe maar een groene thee.    

Ik zeg: “Sander, je speelt straks tegen een klasgenoot van mij van het CIOS.” Wat denk je. Hij zegt: "Die win ik." Ik bijna lachend: "Hij wint momenteel bijna alles. Hoezo ga je winnen?" Sander zegt: "Hij heeft geen plan tegen mij, hij speelt zijn spel en gebruikt zijn wapens zonder plan." “Ik ben benieuwd”, zeg ik. Terugdenkend aan de tie break. Ik alles met zware diepe spinballen richting zijn backhand spelend waar normaal iemands forehand zit. De bal slaan die ik eigenlijk niet wil slaan. Maar ja zijn backhand lijkt zwakker. Leuk die 10-8 voor mij. Maar die ballen die hij sloeg waren doordachter. Ik stond mijn spel op te dringen aan hem. Hij probeerde mij uit mijn vertrouwde spel te halen door hoeken te maken. En forehands te laten slaan uit hoeken waar ik ze liever niet heb waar mijn vastheid niet zit. Bijna 20 punten lang was dit met veel risico en genoeg onnodige fouten net genoeg. Bij een hele wedstrijd had hij me weggevaagd. Ik was gefrustreerd geworden over het niet lukken van mijn spel. 

Uiteindelijk kreeg Sander gewoon gelijk. Het spelplan wint van de kwaliteit en wapens van een ander. Inspelen tegen mij was al onderdeel van het spelplan. Even wennen en oefenen tegen een agressieve baseline speler. Wel van een minder niveau dan zijn volgende tegenstander. Maar hij kon er zijn spelplan mee maken als hij dat al nog niet uitgestippeld had. 

Iedereen kan dit gebruiken bij zijn wedstrijden. Denk bij het inspelen niet alleen aan even snel een bal slaan voor het warm worden. Maar leer je tegenstander kennen. Kies regelmatig een wisselende slag om te kijken wat hij of zij vooral niet fijn vind om te krijgen. Heeft hij of zij goeie volleys. In de dubbel welke heeft de minste volley. Komen ze beiden naar het net kies dan degene met de minste volley om op te spelen. Denk niet altijd aan passeren, iemand kan ook zijn volley missen. Vergeet niet dat je eigen spel spelen belangrijk blijft. Maar pas deze aan, aan de zwakte van je tegenstander. Kijk daarbij verder dan ‘of iemand een zwakke backhand heeft’. Denk aan lopen. Iemand kan op het eerste gezicht nog een redelijke backhand hebben maar bijvoorbeeld niet als deze aanvallend geslagen moet worden en ze naar de bal toe moeten lopen. Speel dan korte ballen op de backhand zodat deze zich gedwongen voelt aan te vallen met de backhand. Waarschijnlijk iets wat hij of zij niet fijn vindt om te doen. Je kan door kleine aanpassingen in je keuzes het spel van de ander helemaal omver blazen. Maak dus van inspelen een onderdeel van je wedstrijd en probeer je voordeel er uit te halen. Denk niet alleen aan de kwaliteit van je eigen slag. Maar speel tactischer dan dat. Denk na wat de doen met de bal en waarom.

Succes allemaal met de competitie en als je vragen hebt spreek me gerust aan op de baan. 

Rogier Kint

www.kinttennis.nl



(Terug naar boven)


Setpoint: Wedstrijdangst
   (21-04-2015)

41 jaar en met klamme handjes op de bank. In mijn hoofd dreunt telkens, ‘Ik wil niet, ik wil niet, ik wil
niet!’. Gelaten drink ik mijn laatste kop koffie voordat ik vertrek. Beloofd is beloofd en nu moet ik.
Wat ga ik nou doen, vraag ik me af. ‘What was I thinking?!’ Opgegeven voor de wintercompetitie bij ITL,
op herhaald verzoek van een lief vriendinnetje en dringend verzoek van Rogier. Je schijnt er veel beter
van te gaan tennissen..….maar ik heb wedstrijd-angst!!


Altijd al gehad. Als kind een paar jaar bij LTVL getennist. Les gehad en daar bleef het bij want geen haar
op mijn hoofd dacht er aan om mee te doen met een wedstrijd. Mijn moeder gaf me echter één keer per
ongeluk op voor zo’n toernooi en toen moest ik wel. Ik zie mezelf daar nog staan, natuurlijk op de voorste
baan, dicht bij het ‘publiek’ ( zweethanden en misslaan verzekerd in mijn geval) tegenover zo’n kind met
minstens drie rackets in een professionele tas met bijbehorende ouders die de bidons aandroegen,
aanmoedigden en luid en duidelijk verkondigden dat hun lieverd wel nú door moest zetten want ‘ze’
werd al moe…. ‘Ze’…dat was ik, en de verstandhouding met mijn moeder is daarna maar moeizaam weer
goed geworden.


Het spelletje tennis op zich vind ik geweldig. Lekker lopen, lekker buiten, leuk proberen om die bal
enigszins fatsoenlijk over het net te krijgen. En daarmee stopt bij mij dan ook meteen alle ambitie waar
het tennis betreft. Ik hoef niet naar Wimbledon. Ik hou niet van over-fanatieke sporters die gaan snauwen
als er iets niet lukt. Op mij of op henzelf. Ik hou niet van volwassen mensen die ‘uit’ roepen als het ‘in’ is
en de discussie die ik dan geacht wordt aan te gaan. Ik wil niet voor mezelf op hoeven te komen als ik
sport. Ik wil gewoon genieten van het feit dat ik beweeg, dat ik de bal nog nèt heb gehaald, dat ik mijn
lieve vriendin weer eens zie, dat Rogier ons harder laat lopen of slaan dan we eigenlijk kunnen en dat ik
het in de ogen van mijn zoon nog best aardig doe. Korte wensenlijst, lang plezier. Maar nu moet ik
weg…we spelen om half acht en ik wil in elk geval op tijd zijn..


Wordt vervolgd...

(Terug naar boven)

 

 

Inloggen

Inloggen: hoe werkt dat?

Klik hier

Evenementenkalender

« Februari 2018 »
M D W D V Z Z
29 30 31 1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28 1 2 3 4

-- Geen vermeldingen --


weeronline.nl Altijd jouw weer

 


Ogenblik a.u.b. ...